Hoe Lang Pijn Na Hallux Valgus Operatie
Nabehandeling en herstel –

Afhankelijk van de soort operatie, kan de teen worden nabehandeld op twee manieren: met een drukverband en Darcoschoen (zie afbeelding) of met gips om de voet en het onderbeen:

Een drukverband met een Darcoschoen. De schoen zorgt ervoor dat u minder druk heeft op uw voorvoet. Na twee weken wordt het drukverband vervangen door een voorvoetgips dat de teen in de juiste stand houdt. U gebruikt de schoen ongeveer zes weken. Een onderbeengips. Als u onderbeengips krijgt, moet u antistolling spuitjes zetten om een trombosebeen te voorkomen.

De eerste twee weken loopt u zo weinig mogelijk en houdt u uw been hoog. U loopt met krukken om uw evenwicht te bewaren. Zolang u gips moeten dragen, zult u ook iedere dag antistolling spuiten (fraxiparine) moeten zetten om een trombosebeen te voorkómen. Na twee weken en na zes weken komt u op controle, Bij de laatste poli- controle zal een röntgenfoto gemaakt worden. Na zes tot acht weken heeft u het gips of de schoen niet meer nodig. U kunt nu op wijde schoenen lopen en uw grote teen gebruiken. Deze blijft vaak nog wel drie tot zes maanden stijf. De voet kan tot twee tot drie maanden na de operatie dik en pijnlijk zijn. De meeste patiënten kunnen na ongeveer drie maanden weer gewone schoenen dragen. Als u zittend werk heeft, kunt u meestal na twee tot vier weken weer beginnen. Als u staand werk heeft, kunt u meestal na zes tot acht weken weer beginnen. Autorijden mag u in de eerste zes weken niet, tenzij u een automaat rijdt en u links geopereerd bent. Voorzichtig sporten kan meestal weer na drie tot zes maanden, maar alleen als de botten volledig genezen zijn. Volledig herstel duurt bij de meeste mensen ongeveer een jaar.

Welke schoenen passen het beste bij hallux valgus?

Welke schoenen voor dames die last hebben van artrose en artritis? – Voor artrose geschikte schoenen moeten bij het enkelgewricht goed zijn gevoerd. Dat is precies wat ons uitvoeringskenmerk ‘Hovercraft’ biedt: geïntegreerde luchtkamerzolen creëren een extra kussen en dempen elke stap.

Dankzij de speciale zool wordt de voet ook tijdens het lopen gestabiliseerd en naar de afrollende beweging geleid. Een ander alternatief is ons merk rollingsoft, dat ook geschikte schoenen met een goede demping heeft voor artrose. Alle zolen hebben extra demping bij de hiel die ervoor zorgt dat elke stap extra zacht aanvoelt.

Daarnaast hebben de schoenen een verbeterde stabiliteit aan de zijkant en wordt de voet goed afgerold dankzij de licht gebogen zool. Onze tip: de hoogwaardige zolen van Hovercraft en rollingsoft bieden beide een bijzonder draagcomfort bij artrose en artritis.

Hoe lang herstel hallux valgus?

Hallux valgus (scheve grote teen) Hoe Lang Pijn Na Hallux Valgus Operatie De huid over de knobbel, kan rood en gevoelig zijn. Het dragen van schoenen is pijnlijk. Bij ernstige hallux valgus kan de voet ook gevoelig zijn in rust. Door eeltvorming kan de huid onder uw voet dikker en gevoeliger worden. De druk van de grote teen kan de tweede teen van zijn plaats duwen.

Soms ligt hij zelfs over de derde teen heen. Bij zo’n ernstige vergroeiing ziet de voet er misvormd uit. Lopen kan dan moeilijker zijn. Net als het dragen van schoenen. Gevolgen Als uw voet pijnlijk is, loopt u misschien net even anders dan normaal. Bijvoorbeeld: u steunt minder op uw voet of u wikkelt uw voet anders af.

Daardoor kunt u ook andere klachten krijgen. Over de oorzaak van hallux valgus is nog weinig bekend. Het volgende kan een rol spelen:

AanlegReumatische aandoeningen, artrose of ontstekingen in de gewrichtjes tussen de middenvoetsbeentjes- of teenkootjes.Te veel of te weinig beweeglijkheid in het gewricht tussen de grote teen en de middenvoet.

Het is niet zeker of hallux valgus ook kan ontstaan door het dragen van te krappe schoenen. Uw huisarts vraagt naar uw klachten en ervaringen. Neem de schoenen die u graag draagt – of niet meer aan kunt door de pijn – mee naar het spreekuur. Uw huisarts onderzoekt uw voet en enkel en vraagt u een stukje te lopen.

Hij kijkt naar de stand van de voet, de stand van de grote teen, de stand van de andere tenen en naar eventuele verdikkingen of huidproblemen. De huisarts zal de beweeglijkheid van uw teen testen en u vertelt wat u voelt. Zo kan hij vaststellen of er eventueel sprake is van artrose (kraakbeenslijtage) in het gewricht van de grote teen.

De huisarts onderzoekt ook hoe soepel de gewrichten in uw voet zijn. Een of is niet nodig. De eerste behandeling van hallux valgus is meestal zonder operatie (conservatief), Als dat onvoldoende helpt, overlegt uw huisarts met u over een verwijzing naar de en over de voor- en nadelen van een eventuele operatie.

Hebben de pijnklachten bij hallux valgus te maken met de breedte, lengte en/of hakhoogte van uw schoenen? Dan kunnen schoenaanpassingen van gewone schoenen of (semi)orthopedische schoenen helpen.Veroorzaakt de hallux valgus pijn in de rest van de voorvoet? Dan kunnen speciale zooltjessteunzolen (deze heten supplementen of voetorthesen ) helpen tegen de pijn. Ook schoenaanpassingen zijn mogelijk.Is de beweging in uw enkel of grote teen beperkt? Dan kan fysiotherapie of manuele therapie helpen die beweeglijkheid te vergroten. Een aanpassing in uw schoen(en) ondersteunt die behandeling. Daardoor kunt u uw voet(en) beter gebruiken en dat kan de klachten verminderen.Heeft u huidklachten tussen uw tenen? Er zijn zogenoemde teenspreiders, Ze houden uw tenen uit elkaar, waardoor uw huid geneest. Orthesen (speciale zooltjes) kunnen hetzelfde effect hebben.Nachtspalken en tape om de teen in de juiste stand te brengen geven meestal geen blijvende verbetering. Dit heeft daarom niet de voorkeur,

Hoe Lang Pijn Na Hallux Valgus Operatie Uw huisarts verwijst u naar de als:

De behandeling zonder operatie niet voldoende helptU ook klachten heeft in uw middenvoet of het teengewricht naast de grote teenU ook andere klachten heeft doordat u anders beweegtHet kraakbeen in de grote teen waarschijnlijk versleten is

Als blijkt dat de hallux valgus samengaat met (beginnende) artrose, kan dat een reden zijn om eerder te opereren. Is er geen artrose, dan probeert u eerst andere behandelmogelijkheden en schoenaanpassingen. Een hallux-valgus-operatie is namelijk geen lichte ingreep.

Tijdens een operatie verandert de stand van bot, pezen en spieren, zodat de grote teen weer goed staat. Net als bij iedere operatie zijn er risico’s. U moet rekenen op een herstelperiode van 1 jaar. Operatietechnieken Er zijn verschillende operatietechnieken voor hallux valgus. Bij de meeste technieken zaagt de het eerste middenvoetsbeentje door om het daarna te verschuiven.

Of de zet het teengewricht in een rechtere stand vast. Welke techniek of combinatie van technieken voor u het beste is, bespreekt de orthopeed met u. De keuze is afhankelijk van de ernst van de hallux valgus en heeft ook te maken met uw hele voet. Ondanks wetenschappelijk onderzoek is nog niet duidelijk welke techniek het beste is.

( Reumatoïde artritis ) Suikerziekte (diabetes mellitus) U heeft problemen met de zenuwen in uw voet ( neuropathische voet )U heeft problemen zijn met de bloedvaten in uw voet ( vaatpathologie )

Hallux valgus aan beide voeten Heeft u hallux valgus aan beide voeten en is een operatie nodig? Dan kunt u met uw de mogelijkheid bespreken om twee voeten tegelijk te opereren. Dat is afhankelijk van uw wens en van de, Hoe Lang Pijn Na Hallux Valgus Operatie Hoe bereidt u zich voor? Wie geeft welke informatie? Hoe gaat het op de operatiekamer? Wie zijn er aanwezig? Een operatie brengt altijd risico’s met zich mee en er is altijd kans op complicaties (problemen). Bij hallux valgus bestaat de kans op:

(pijnlijke) Stijfheid in het gewricht van de grote teenWondinfectieAls bij er schroefjes worden geplaatst, kunnen die irritatie geven. Bijvoorbeeld als een rand van een schoen erop drukt.Het terugkeren van de grote teen in de oude standLangdurige zwelling of pijnTromboseZenuwbeschadigingNabloedingPijnlijk littekenSlijtage van het gewricht van de grote teenStoornis in de doorbloeding van het middenvoetsbeentje waardoor een stukje bot kan afsterven (botnecrose) Hallux varus : dit is het tegenovergestelde van hallux valgus, Bij hallux varus wijst de grote teen te ver van de tweede teen vandaan.

Of het allemaal goed gaat, merkt u zelf het beste. Kunt u weer gewoon lopen? Is uw voet nog gevoelig, of heeft u nog pijn? Ook op kunnen we zien hoe het herstel gaat. Tijdens of direct na de operatie wordt een röntgenfoto van uw voet gemaakt, zonder dat u erop staat.

Zes tot acht weken na de operatie volgt een röntgenfoto als u op uw voet staat. Als blijkt dat het bot nog niet genoeg hersteld is, of als u nog klachten heeft, dan is soms herhaling van de röntgenfoto na 3 maanden zinvol. Pijn In de periode dat uw voet geneest, is uw voet gevoelig. Sommige mensen vinden dat het meevalt, maar veel mensen hebben meer pijn dan ze hadden verwacht.

Tijdens het herstel kunt u pijnstillers gebruiken. Uw geeft u hierover advies en vertelt u wie uw contactpersoon is als u vragen heeft. Het is belangrijk dat u naar uw lichaam luistert: herstel vraagt nu eenmaal tijd. Nabehandeling De nabehandeling is voor een groot deel afhankelijk van het type behandeling dat u krijgt.

Direct na de operatie, De eerste 2 tot 14 dagen na de operatie krijgt u een drukverband of gips. De keuze is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden en van de, Bij sommige technieken mag u de voet nog niet direct belasten. Bij andere technieken mag u de voet belasten met gebruik van een loophulpmiddel zoals de achtervoetloopschoen, Deze schoen zorgt ervoor dat u minder druk heeft op uw voorvoet en uw grote teen. De voet is meestal dik en pijnlijk. Dit kan tot 2-3 maanden na de operatie duren. Kort na de operatie, Na 3-14 dagen heeft u de eerste controle. Deze afspraak is met de of met de gipsverbandmeester. Als direct na de operatie nog geen röntgenfoto is gemaakt, gebeurt dat nu. Als de hechtingen niet oplosbaar zijn, worden ze nu verwijderd.Afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden en de krijgt u een verband, (afneembaar) voorvoetgips (een zogenoemde spica ) en een achtervoetloopschoen of een gipsschoen, Als u een afneembaar voorvoetgips krijgt, kunt u na 2 weken uw voet weer voorzichtig belasten en de beweeglijkheid van de grote teen oefenen. Wordt de pijn erger, of ontstaat er zwelling, dan doet u het rustiger aan.2-4 weken na de operatie, Als u zittend werk heeft, kunt u dit na 2-4 weken weer oppakken.6-8 weken na de operatie, Dan vindt de tweede controle plaats. Er wordt weer een röntgenfoto gemaakt en het gips (en evt. de achtervoetloopschoen) wordt verwijderd. U mag nu op wijde schoenen lopen en uw grote teen volop gebruiken. Het is verstandig om de beweeglijkheid van de grote teen te oefenen. Deze blijft over het algemeen 3-6 maanden stijf na de operatie. Als u staand werk heeft, kunt u dit over het algemeen nu oppakken. 12 weken na de operatie, De meeste patiënten kunnen nu weer gewone schoenen aan.3-6 maanden na de operatie, U kunt langzaam en voorzichtig gaan sporten. Voorwaarde is een volledige botgenezing.1 jaar na de operatie, Bij de meeste mensen duurt volledig herstel een jaar.

Extra behandeling Meestal is er geen extra behandeling nodig. Als dat wel nodig is, verwijst uw u naar een fysiotherapeut, ergotherapeut, orthopedisch schoenmaker, podotherapeut of naar een registerpodoloog. Dit is bijvoorbeeld het geval als:

U niet zelfstandig kunt lopenHet herstel goed gaat, maar u in het dagelijks leven problemen houdt van uw voet.U anders loopt dan u gewend was.U pijn houdt in het voorste deel van uw voet.De stand van uw voet en/of uw tenen niet is zoals het zou moeten zijn.U problemen heeft om schoenen te vinden waarmee u gemakkelijk en zonder pijn kunt lopen.

Als u weer klachten krijgt of twijfelt over het herstel, dan kunt u contact opnemen met uw huisarts. Soms zal de huisarts u weer verwijzen naar de, Dit gebeurt als:

De pijn drie maanden na de operatie nog steeds aanhoudt of zelfs erger wordt.Uw voet stijf blijft of stijver wordt.De stand van de grote teen verandert.Operatiemateriaal door uw huid heen voelbaar is en/of naar buiten komt.U nieuwe klachten heeft aan uw voet. Soms herstelt het bot met teveel botaanmaak en dat kan klachten geven.

Het doel van de behandeling is dat u (vrijwel) geen pijn meer heeft in uw voet en dat u met en zonder schoenen weer goed kunt bewegen. Bij sommige mensen is een behandeling zonder operatie hiervoor voldoende. Bedenk u vooraf dat het niet zeker is dat u na de behandeling (zonder of met operatie) weer álles kunt doen.

Uit ervaringen van patiënten weten we dat veel mensen de operatie en het herstel onderschatten. Het herstel duurt een jaar en die periode kunt u uw behandelde voet(en) niet volledig belasten. Ook dit is een reden om eerst een behandeling zonder operatie te starten. Volgt er daarna een operatie, bespreek dan met uw waar u in uw situatie rekening mee moet houden (bijvoorbeeld: werk, sport en andere hobby’s, vakantie).

: Hallux valgus (scheve grote teen)

You might be interested:  Overgeven En Pijn In De Rug

Welke verdoving bij hallux valgus?

Onderbouwing – Chirurgie aan de voet en enkel wordt vaak poliklinisch of in dagbehandeling toegepast. Een ideale anesthesie van deze procedures leidt daarom voor een snel herstel van de patiënt, behoeft zo min mogelijk zorg op de post-anesthesie unit, en maakt een vroeg ontslag uit het ziekenhuis mogelijk.

Het moet echter ook zorgen voor betrouwbare postoperatieve analgesie, vooral omdat ingrepen aan de voet er om bekend staan matig- tot ernstige pijn te veroorzaken (Adam, 2012). In de praktijk wordt meestal een zenuwblokkade (n.poplitea) uitgevoerd, meestal in combinatie met algehele anesthesie of spinaal anesthesie ter bestrijding van de pijn die optreedt na aanleggen van bloedleegte rond boven- of onderbeen.

Het is de vraag of het verantwoord is patiënten na poplitea blokkade te ontslaan uit het ziekenhuis, vooral (oudere) patiënten die moeilijkheden hebben met het lopen (op krukken). Doordat de proprioceptie en beschermende pijn-reflex afwezig zijn lopen patiënten risico op vallen, trauma, problemen met lopen en beschadiging van de voet op de plaats van de ingreep.

Zenuwblokkade via infiltratie-anesthesie of via zenuwblokkade (enkelblok) worden in enkele klinieken, vooral in het buitenland uitgevoerd. Daarbij blijft het probleem van pijn door de bloedleegte band om het bovenbeen, dat opgelost kan worden door de band om het onderbeen aan te leggen. Omdat het enkelblok in Nederland toegepast wordt, wordt ook deze blokkade beschreven.

Het doel van deze module is om inzicht te verschaffen in de mogelijkheden voor anesthesie bij de chirurgische ingreep van hallux valgus, en de indicatie voor de verschillende opties. De mogelijkheden voor pijnstilling tijdens hallux valgus chirurgie zijn:

  • Perifere zenuwblokkade: poplitea- met saphenus- of femoralisblokkade, al of niet in combinatie met sedatie
  • Perifere zenuwblokkade (popliteablokkade) met algehele anesthesie
  • Perifere zenuwblokkade (popliteablokkade) met spinale anesthesie
  • Perifere zenuwblokkade: enkel blok al dan niet in combinatie met algehele anesthesie of spinale anesthesie;
  • blokkade ter hoogte van de middenvoet (midvoetblok);
  • spinale anesthesie;
  • algehele anesthesie.

Algehele anesthesie versus algehele anesthesie met enkelblok

Matig GRADE Het is waarschijnlijk dat patiënten kort na de operatie vergelijkbare pijn hebben na algehele anesthesie en algehele anesthesie in combinatie met een enkelblok. Het is mogelijk dat patiënten na alleen algehele anesthesie minder lang pijnvrij zijn na de operatie. Bronnen (Clough, 2003; Turan, 2007)

table>

Laag GRADE Er zijn te weinig gegevens om een conclusie te trekken over het voorkomen van complicaties na algehele anesthesie versus algehele anesthesie met enkelblok. Bronnen (Clough, 2003; Turan, 2007)

table>

Laag GRADE De patiënttevredenheid lijkt na algehele anesthesie en algehele anesthesie plus enkel blok gelijk. Bronnen (Clough, 2003)

Anesthesie versus anesthesie met continue popliteablokkade

Laag GRADE De toevoeging van continue popliteablokkade de eerste dagen na de operatie aan algehele of spinale anesthesie lijkt een klinisch relevant voordeel te hebben op de postoperatieve pijn. Bronnen (White, 2003; Zaric, 2004)

table>

Laag GRADE Er zijn aanwijzingen dat de opioid consumptie na continue popliteablokkade lager is dan wanneer geen continu popliteablok wordt toegediend. Bronnen (White, 2003; Zaric, 2004)

table>

Laag GRADE Het is mogelijk dat het aantal bijwerkingen gelijk is na continue popliteablokkade met actieve agent en placebo. Wel werd in een studie gerapporteerd dat patiënten na popliteablok een tintelend gevoel in de voet ervoeren. Het is mogelijk dat technische problemen aan de elastomeerpomp (of problemen met op de plaats blijven van de katheter) ontstaan. Bronnen (White, 2003; Zaric, 2004)

table>

Laag GRADE Het is mogelijk dat patiënten met continue popliteablokkade eerder met ontslag naar huis kunnen dan patiënten die geen continue popliteablokkade hebben. Bronnen (White, 2003; Zaric, 2004)

table>

Laag GRADE Het is mogelijk dat patiënten met gecontinueerde popliteablok meer tevreden zijn met de behandeling en pijnstilling dan patiënten die geen gecontinueerde popliteablok hebben. White, 2003; Zaric, 2004

Algehele anesthesie / spinale anesthesie versus enkelblok

Zeer laag GRADE Het is mogelijk dat patiënten die voetchirurgie ondergaan na enkelblokkade minder postoperatieve pijn hebben dan na algehele/spinale anesthesie. Bronnen (Kullenberg, 2006)

table>

Zeer laag GRADE Het is mogelijk dat de opioid consumptie na enkel blok lager is dan na algehele/spinale anesthesie. Bronnen (Kullenberg, 2006)

table>

Zeer laag GRADE Het is mogelijk dat patiënten na enkelblok eerder met ontslag naar huis kunnen dan patiënten na algehele/spinale anesthesie. Bronnen (Kullenberg, 2006)

table>

GRADE Er waren geen studies van voldoende kwaliteit die de bijwerkingen, patiënttevredenheid en kosten na enkelblok en algehele/spinale chirurgie met elkaar vergeleken.

Spinale anesthesie versus poplitea blok

Zeer laag GRADE Het is mogelijk dat er minder bijwerkingen optreden na poplitea blok dan na spinale anesthesie. Bronnen (Jeon, 2013)

table>

Zeer laag GRADE Het is mogelijk dat patiënten vaker tevreden zijn na poplitea blok dan na spinale anesthesie. Bronnen (Jeon, 2013)

table>

Zeer laag GRADE Er waren geen onderzoeken van voldoende kwaliteit die pijn, ontslagtijd, opioidconsumptie en kosten na poplitea blok vergeleken met spinale anesthesie. Bronnen (Jeon, 2013)

Midvoetblok versus popliteablok

Laag GRADE Het is waarschijnlijk dat de postoperatieve pijn na voetchirurgie gelijk is na midvoet blok en popliteablok. Bronnen (Adam, 2012; Migues, 2005)

table>

Laag GRADE Het is waarschijnlijk dat de consumptie van opioiden na chirurgische ingreep van de voet gelijk is na midvoet blok en poplitea blok. Bronnen (Adam, 2012; Migues, 2005)

table>

Laag GRADE Het is mogelijk dat bijwerkingen even vaak voorkomen na midvoet blok en poplitea blok. Bronnen (Adam, 2012; Migues, 2005)

table>

Laag GRADE Het is onbekend of de tijd tot ontslag uit het ziekenhuis na voetchirurgie verschillend is na midvoet blok of poplitea blok. De tijd tot patiënten kunnen lopen zonder hulpstukken is mogelijk korter na voetblok dan na poplitea blok. Bronnen (Adam, 2012)

table>

Laag GRADE Het is waarschijnlijk dat patiënten die voetchirurgie ondergaan even tevreden zijn na voetblok en poplitea blok. Bronnen (Adam, 2012)

table>

– Er waren geen studies van voldoende kwaliteit die de kosten van voet blok en poplitea blok met elkaar vergeleken.

Er werden in de literatuur verschillende vergelijkingen gevonden:

  • algehele anesthesie versus algehele anesthesie met enkelblok;
  • algehele anesthesie versus algehele anesthesie met continue popliteablokkade;
  • algehele anesthesie / spinale anesthesie versus enkelblok;
  • spinale anesthesie versus popliteablokkade;
  • midvoetblok versus popliteablokkade;

Voor andere vergelijkingen werden geen studies van voldoende kwaliteit gevonden. De vergelijkingen worden hier onder apart uitgewerkt. Algehele anesthesie versus algehele anesthesie met enkelblok Er werden twee studies gevonden waarin algehele anesthesie met en zonder enkelblok worden vergeleken (Clough, 2003; Turan, 2007). In de studie van Clough werden patiënten die unilaterale benige voorvoetchirurgie ondergingen met ASA klasse 1 of 2 geïncludeerd. Patiënten die alleen een soft-tissue procedure ondergingen werden geëxcludeerd. Patiënten werden gerandomiseerd voor algehele anesthesie (n=21) met algehele anesthesie in combinatie met een enkelblok(n=21) met isobare bupivacaine 0,5%, in totaal 20ml. Drie zenuwen (n. peroneus superficialis, n. peroneus profundus en n. tibialis posterior) werden geblokkeerd. De patiënten werden twee dagen gevolgd. In de studie van Turan werden patiënten die hallux valgus chirurgie ondergingen, ASA klasse 1 of 2 geïncludeerd. Patiënten werden gerandomiseerd in een van drie groepen: algehele anesthesie met enkelblok met 15 ml levobupivacaïne 0,25%; algehele anesthesie met enkelblok met 15 ml lidocaïne 1% en algehele anesthesie met placebo. Postoperatief kregen patiënten een dosis etoricoxib 120mg en 30mg/kg paracetamol. Patiënten werden 24 uur gevolgd. Pijn In de studie van Clough worden verschillende pijn gerelateerde uitkomstmaten gerapporteerd. De pijn score was een verbale pijnscore (VRS; 1=geen pijn tot 10=ernstige pijn). In de eerste nacht hadden patiënten na algehele anesthesie plus enkelblok een mediane pijnscore van 4, en na algehele anesthesie van 5 (p=0.32). Ook de eerste (5 vs.5, p=0.46) en tweede dag (4 vs.4, p=0.24) waren er geen significante verschillen in de pijnscores. Ook de totale consumptie van analgesie is niet verschillend na een van beide methoden (gemiddeld aantal tabletten: 8.4±3.0 vs.9.9±2.9 p=0.12). Wel rapporteert deze studie een significant verschil in de tijd vanaf de operatie dat patiënten voor het eerst pijn beleven: na algehele anesthesie plus enkel blok is dit gemiddeld na 12±5.5 uur, in vergelijking met 7.0±5.2 uur na alleen algehele anesthesie (p=0.002) (Clough, 2003). Van belang is wel te vermelden dat de toediening van intra-operatieve opioiden door de anesthesist (die niet geblindeerd was) verschillend was: patiënten in de controlegroep ontvingen meer opioiden. Dit heeft mogelijk de tijd tot eerste pijn in de controlegroep verlengd. Dit verandert niet de richting van het verschil (het verschil zou mogelijk juist groter zijn), maar levert mogelijk wel een verklaring waarom de tijd tot eerste pijn in de controlegroep langer is dan op basis van andere studies/literatuur te verwachten is. In de studie van Turan werd de pijnscore gerapporteerd (geen pijn, een beetje pijn, ernstige pijn). In de studie worden de resultaten alleen in een figuur gerepresenteerd, en wordt in de tekst gerapporteerd dat er geen significante verschillen waren in de pijnscores tussen de drie groepen op de avond na chirurgie, en de ochtend en middag van de eerste postoperatieve dag. Tevens wordt in deze studie het aantal patiënten dat geen escape medicatie (pijnstilling) nodig had: na bupivacaïne hadden 21 patiënten, na lidocaïne negen patiënten en na placebo 13 patiënten geen escape medicatie nodig. De verschillen tussen de twee enkelblok groepen en de placebo/controlegroep waren niet statistisch significant (Turan, 2007). Complicaties In de studie van Clough werden chirurgische of anesthesiologische complicaties (postoperatieve misselijkheid en braken) gerapporteerd. Een patiënt had perifere zenuwschade (mogelijk secundair aan de toediening van de enkel blok of druk van het gips) na enkel blokkade. Er werden geen andere complicaties gerapporteerd. In de studie van Turan wordt vermeld dat er geen complicaties of adverse events gerapporteerd werden tijdens de follow up periode. Patiënttevredenheid De patiënttevredenheid werd in de studie van Clough (n=42) gerapporteerd (1=patiënt zou procedure opnieuw ondergaan, 4= zou de procedure niet opnieuw ondergaan). Er was geen statistisch significant verschil tussen de beide groepen (mediaan 1 vs.1, p=0.24). Overige uitkomstmaten De uitkomstmaten vallen en kosten werden in geen van de studies gerapporteerd. De bewijskracht voor de uitkomstmaat pijn is met twee niveaus verlaagd gezien beperkingen in de studieopzet (onduidelijke procedure van randomisatie, geen blindering) en verschillen in de interventies (indirectheid) die werden onderzocht in de studies. De uitkomstmaten complicaties en patiënttevredenheid zijn met drie niveaus verlaagd naar zeer laag gezien beperkingen in de studieopzet en het lage aantal patiënten/events. Anesthesie versus anesthesie met continue popliteablok kade Er werden twee studies gevonden waarin algehele anesthesie (White, 2003) en spinale anesthesie (Zaric, 2004) werden vergeleken met algehele anesthesie in combinatie met een continue popliteablokkade (White, 2003; Zaric, 2004). Voor de continue blokkade werd een (epidurale) katheter ingebracht. In de studie van White werden patiënten die voorvoetchirurgie of enkelchirurgie ondergingen geïncludeerd. In totaal kregen alle patiënten 30ml 0.25% bupivacaine toegediend. Patiënten werden gerandomiseerd in een interventiegroep (n=10 ) en controle/placebo groep (n=10). Beide groepen ontvingen algehele anesthesie, deze bestond uit intraveneuze toediening van propofol 1.75-2.5mg/kg en fentanyl 0.75-1.5µg/kg. Additionele fentanyl werd toegediend wanneer nodig. In de interventiegroep kregen patiënten 30ml 0.25% racemisch bupivacaïne toegediend, en in de eerste 48 uur na de operatie middels een elastomeerpomp een continue toediening van 5 ml 0.25% bupivacaïne per uur. In de controlegroep hadden de patiënten ook een elastomeer pomp, maar werd 0.9% fysiologisch zout toegediend tijdens de eerste 48 uur. Patiënten met ernstige pijn (VRS>6) kregen op de PACU morfine; een PCA (patient controlled anesthesie) morfinepomp werd gestart (bolus doses 1 tot 2 mg, 5 tot 10 minuten lock out interval). Patiënten werden uit het ziekenhuis ontslagen als er sprake was van voldoende controle van de pijn met orale pijnstillers, en als patiënten mobiel waren zonder gebruik van krukken. Patiënten konden zelf de katheter verwijderen wanneer het reservoir leeg was. De follow-up duur van deze studie was één week (White, 2003). In de studie van Zaric werden patiënten met ASA klasse 1 of 2 die electieve voetchirurgie ondergingen onder spinale anesthesie gerandomiseerd voor de interventie (n=30) of controle (n=30). De spinale anesthesie bestond uit lidocaïne 2%, 2.5 tot 3.5 ml. Direct na de operatie werden op de PACU de n.ischiadicus (poplitea) en n.saphenus geblokkeerd. Een bolus van 30ml ropivacaïne 0,5%werd gegeven; de n.saphenus werd geblokkeerd met 10ml ropivacaïne 0,75%). Een (18g epidurale) katheter werd ingebracht. De katheter werd verbonden aan een elastomeerpomp met een inhoud van 275ml en een gefixeerde toediening van 5ml/h. In de interventiegroep kregen patiënten 2mg/ml ropivacaïne toegediend tot het reservoir leeg was. In de controlegroep kregen patiënten fysiologisch zout toegediend. Patiënten werden drie dagen gevolgd (Zaric, 2004). Pijn Pijn werd in de studie van White gemeten met een VRS (Verbal Rating Scale) (0=geen pijn en 10=ergst voorstelbare pijn). De maximale pijnscore tijdens ziekenhuis verblijf was significant lager na continue toediening van bupivacaïne dan na placebo (mediaan 4 vs.8, p<0.05). De maximale pijnscore na ontslag (binnen 1 week) was tevens lager in de interventiegroep dan in de controlegroep (mediaan 2.5 vs.7.5, p<0.05). In de studie van Zaric werd de pijn gemeten aan de hand van een telefoon interview. De resultaten worden in de studie alleen weergegeven in een figuur (geen exacte getallen) (zie figuur 1). Hier is te zien dat patiënten in de interventiegroep significant minder pijn hadden dan patiënten in de controlegroep op de 1 e en 2 e postoperatieve dag. Op de dag van ontslag, dag van operatie en 3 e postoperatieve dat was dit verschil niet statistisch significant. Figuur 1 Postoperatieve pijn (VAS score) (Zaric, 2004) In de beide studies wordt een significant verschil in pijnscore gevonden tussen de interventie en controlegroep. Een verschil van 2 punten op een 10 punts-VAS of VRS werd als klinisch relevant beschouwd. De verschillen in de beide studies waren groter dan 2 punten, en lijken daarmee ook klinisch relevant. Opioid consumptie In de studie van White wordt de gemiddelde totale hoeveelheid morfine (op de PACU gegeven aan patiënten met ernstige of matige pijn) gerapporteerd. Patiënten in de interventiegroep gebruikten significant minder morfine (10.3±13.6 vs.34.7±19.4 p<0.05). Tevens wordt het aantal patiënten dat orale opioid analgesie nodig had gerapporteerd. In de interventiegroep gebruikten 6 (60%) patiënten orale opioiden, in vergelijking met 10 patiënten (100%) in de controlegroep. Dit verschil was niet significant. In de studie van Zaric werd de gemiddelde totale ketobemidon (een opioid) consumptie de eerste drie dagen na operatie gerapporteerd (2 (0-7) vs.3 (0-16) p=0.067). Ook dit verschil was niet significant (Zaric, 2004). Bijwerkingen In de studie van White werden postoperatieve bijwerkingen niet duidelijk gerapporteerd. Duizeligheid, zwakte, urine retentie, ileus, misselijkheid en/of braken werden niet gezien. Wel rapporteerden 8 (80%) van de patiënten in de interventiegroep een tintelend gevoel in de voet, in de controlegroep was dit 1 (10%) patiënt (p=0.05). In de studie van Zaric komt misselijkheid en braken niet vaker voor in de interventiegroep of controlegroep op de dag van de operatie (7 vs.6 p=0.82); na 1 dag ( 11 vs.8 p=0.54) en na 2 dagen (9 vs.5 p=0.27). Slaapproblemen kwamen minder vaak voor in de interventie dan de controlegroep (6 vs.15, p=0.029). Ook werden technische problemen met de pomp vermeld, patiënten meldden disconnectie (n=1), lekkage (n=5), problemen met slapen (n=2), problemen met naar toilet gaan i.v.m. pomp (3). Er waren geen problemen met toxische effecten en het verwijderen van de pomp (Zaric, 2004). Ontslagtijd In de studie van White wordt de gemiddelde duur van verblijf in het ziekenhuis gerapporteerd. Patiënten werden ontslagen als er sprake was van voldoende controle van de pijn, en wanneer patiënten veilig konden mobiliseren zonder hulpmiddelen. Patiënten in de interventiegroep verbleven significant korter in het ziekenhuis dan patiënten in de controlegroep (gemiddeld aantal dagen: 0.7±0.7 vs.1.4±0.5 p=0.05). In de studie van Zaric was er geen significant verschil in de tijd van operatie tot ontslag (gemiddeld aantal minuten 203.9±64.3 vs.209.2±59.2). Er wordt in de studie niet gerapporteerd wat de ontslagcriteria waren ("standaard ontslagcriteria"). Patiënttevredenheid In de studie van White werd in een telefonisch interview 24 uur na operatie naar patiënttevredenheid gevraagd (verbale schaal van 100 punten). De patiënttevredenheid was significant hoger na continue toediening van bupivacaïne dan na fysiologisch zout (placebo) (gemiddeld 98±3 vs.77±13p <0.05). In de studie van Zaric werd de patiënttevredenheid gemeten op een 5-puntsschaal. Van de patiënten was 60% na interventie versus 43% na controle zeer tevreden; 36.7% versus 46.6% tevreden; 3.3% versus 6.6% neutraal en 0 versus 3.3% ontevreden. De verschillen waren niet statistisch significant verschillend (p=0.47). Kosten De kosten werden niet gerapporteerd. De bewijskracht voor de uitkomstmaten pijn, opioid consumptie, bijwerkingen en patienttevredenheid werd met twee niveaus verlaagd gezien beperkingen in de studieopzet en het geringe aantal patiënten (imprecisie) Algehele anesthesie / spinale anesthesie versus enkelblok Er werd een studie gevonden waarin algehele anesthesie of spinale anesthesie werd vergeleken met een enkelblok (Kullenberg, 2006). Patiënten die voorvoet chirurgie ondergingen werden gerandomiseerd voor enkelblokkade (met een mix van 10 ml mepivacaïne 1% en 10ml ropivacaïne 1%) van vijf zenuwen: n. tibialis posterior, peroneus profundus en peroneus superficialis, saphenus en suralis (n=54) of spinale of algehele anesthesie (n=62). In totaal ondergingen 56 patiënten een osteotomie van de metatarsale één, 14 patiënten een osteotomie van metatarsale twee tot vijf, 20 patiënten geïsoleerde "lesser toe procedures" en 26 patiënten een combinatie van metatarsale één en een "lesser toe" procedure. De follow-up bedroeg 48 uur. Pijn Pijn tijdens lopen werd bij ontslag gemeten aan de hand van de VAS. De gemiddelde pijnscore was na enkel blok 2.3±2.1 versus 2.1±1.8 na spinale/algehele anesthesie. Daarbij is van belang te melden dat de consumptie van intra-operatieve aanvullende anesthesie in de interventiegroep significant lager was dan in de controlegroep (gemiddeld µg:60±16 vs.123±32 p=0.012) (Kullenberg, 2006). Opioid consumptie Het gemiddelde gebruik van morfine (mg/24 uur) was 11.6±7.3 na enkel blok in vergelijking met 15.8±6.2 na spinale/algehele anesthesie. Dit verschil was statistisch significant verschillend (p=0.04) (Kullenberg, 2006). Ontslagtijd Gemiddeld verbleven patiënten na de operatie 280±62 minuten in het ziekenhuis na enkel blok, en 375±90 minuten na spinale/algehele anesthesie (p<0.001) (Kullenberg, 2006). Overige uitkomstmaten De uitkomstmaten bijwerkingen, patiënttevredenheid en kosten werden niet gerapporteerd. De bewijskracht voor de uitkomstmaten pijn, opioid consumptie en ontslagtijd is met drie niveaus verlaagd gezien beperkingen in studieopzet (geen blindering, onduidelijk proces van randomisatie), gebrekkige rapportage van uitkomstmaten (en daarmee kans op bias) en het geringe aantal patiënten (imprecisie). Spinale anesthesie versus poplitea blok Er werd een studie uit Korea gevonden waarin poplitea blok met een mix van 10 ml fysiologisch zout met 30 ml 0.75% ropivacaïne werd vergeleken met spinale anesthesie met 2.5ml 0.5% hyperbare bupivacaïne (Jeon, 2013). Patiënten tussen de 20 en 65 jaar met ASA klasse 1 of 2 die hallux valgus chirurgie ondergaan werden gerandomiseerd voor de interventiegroep (poplitea blok) (n=20) of controlegroep (spinale anesthesie) (n=20). Patiënten in de poplitea blok groep kregen voor postoperatieve pijncontrole een PCA pomp. De follow-up bedroeg 3 dagen. In deze studie werden vooral intra-operatieve uitkomsten beschreven die voor de beantwoording van deze uitgangsvraag niet als relevant benoemd werden. Bijwerkingen Er werden na poplitea blok geen postoperatieve nadelige effecten gerapporteerd, na spinale chirurgie werden de volgende nadelige effecten gemeld: postspinale hoofdpijn (10%), urine retentie (20%), hypotensie (15%), bradycardie (10%) rillen (5%), braken (5%), postoperatieve hoofdpijn (20%). De verschillen waren echter niet statistisch significant. Patiënttevredenheid De patiënttevredenheid met procedure en postoperatieve pijnstilling werd gemeten aan hand van 5 classificaties: zeer tevreden tot zeer ontevreden. In totaal waren 17 patiënten (85%) na poplitea blok en 12 patiënten (60%) na spinale anesthesie zeer tevreden tot voldoende tevreden. Overige uitkomstmaten De uitkomstmaten pijn, ontslagtijd, opioidconsumptie en kosten werden niet gerapporteerd. De bewijskracht voor de uitkomstmaten bijwerkingen en patiënttevredenheid is met drie niveaus verlaagd naar zeer laag gezien beperkingen in de studieopzet (onduidelijke beschrijving van de procedure van randomisatie, geen blindering) en het geringe aantal patiënten (imprecisie). Midvoetblok versus popliteablok Er werden twee studies gevonden waarin een mid-voet blok werd vergeleken met een poplitea blok. In de studie van Adam werden patiënten met ASA klasse 1 of 2 die electieve percutane hallux valgus chirurgie ondergaan gerandomiseerd voor mid-voet blok met 30ml 7.5% ropivacaïne (n=20) of poplitea blok met 30ml 7.5% ropivacaïne. In het geval van onvoldoende analgesie werd 1-1.5mg/kg/uur van propofol toegediend. Postoperatieve analgesie bestond uit paracetamol/codeïne (100mg en 60mg drie maal daags), ketoprofene LP (150mg tweemaal daags) en indien nodig tramadol (100mg twee maal). Patiënten werden één week gevolgd (Adam, 2012). In de studie van Migues werden patiënten die electieve unilaterale voorvoetchirurgie (hallux valgus, hallux rigidus, hamerteen, mortons neuroom, hallux varus, phalanx fractuur) ondergaan geïncludeerd. In de interventiegroep (n=26) kregen patiënten een voetblok (blokkade van de n tibialis posterior met 4ml 0.5 bupivacaïne en 2ml 2% lidocaïne; nn peronei met 2ml 0.5% bupivacaïne en 1ml 2% lidocaïne). De n.saphenus werd geblokkeerd indien er gebruik werd gemaakt van een enkeltourniquet. In de controlegroep (n=25) kregen patiënten een poplitea blok met 7.5ml 0.5% bupivacaïne en 7.5ml 2% lidocaïne rond de n. tibialistak en 5ml 0.5% bupivacaïne en 5ml 2 lidocaïne rond de n.peroneustak (Migues, 2005). Pijn In de studie van Adam werd de pijnscore gemeten aan de hand van een VAS van 100mm. De resultaten worden alleen in een figuur (en niet in cijfers) weergegeven. De auteurs melden in de tekst dat er geen statistisch significante verschillen tussen de twee groepen werden gezien in de VAS score tijdens ontslag en tijdens de eerste 48 uur postoperatief. In de studie van Migues wordt de pijn (VAS score) 6, 12, 18 en 24 uur postoperatief beschreven in een figuur (geen cijfers). Er zijn geen significante verschillen tussen de groepen. Tevens wordt gerapporteerd dat de tijd tussen het einde van de chirurgische procedure en het beginnen van de pijn niet significant verschilde na voet blok (10.96±7.56 uur) in vergelijking met poplitea blok (14.32±7.73 p=0.123) (Migues, 2005). Gebruik opioiden In de studie van Adam wordt het aantal patiënten dat tramadol gebruikte gerapporteerd. Na voet blok gebruikte 30% van de patiënten tramadol, in vergelijking met 42% van de patiënten na poplitea blok. Dit verschil was niet significant. Ook de mediane dosis (100 vs.100) was niet verschillend. Bijwerkingen De bijwerkingen misselijkheid, braken en constipatie worden in de methodesectie van de studie van Adam beschreven. In de resultaten beschrijven ze echter alleen dat het voorkomen van deze bijwerkingen in beide groepen "vergelijkbaar" was (Adam, 2012). In de studie van Migues werden postoperatieve neurologische complicaties 4 tot 8 maanden na de operatie onderzocht: in geen van beide groepen traden deze op (Migues, 2005). Tijd tot ontslag De tijd tot ontslag werd in de studie van Adam niet gerapporteerd. Wel wordt de tijd tot de patiënt in staat was zonder krukken of hulp te staan gerapporteerd. Deze tijd was significant lager na voet blok (gemiddeld 3.8±1.4 uur) dan na spinale anesthesie (gemiddeld 19.2±9.5 uur). Na spinale anesthesie moesten veel patiënten met krukken lopen in verband met motor blokkade die langer duurde. Patiënttevredenheid De patiënttevredenheid werd in de studie van Adam een week na de chirurgie beoordeeld, vermoedelijk een schaal van 0 tot 100. De gemiddelde patiënttevredenheid was niet verschillend in de beide groepen (97±5 vs.92±10). Ook in de studie van Migues was de patiënttevredenheid tussen de beide groepen niet verschillend (96.1 vs.96 p=1.00). Overige uitkomstmaten De uitkomstmaat kosten werd in geen van de studies beschreven. De bewijskracht voor de uitkomstmaat pijn is met twee niveaus verlaagd naar laag gezien beperkingen in de studieopzet (geen blindering, onvolledige rapportage van sommige uitkomstmaten) en het geringe aantal patiënten (imprecisie). Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er een systematische literatuuranalyse verricht naar de volgende wetenschappelijke vraagstelling(en): Wat is de effectiviteit (pijn, bijwerkingen, vallen, ontslagtijd, kosten, patiënttevredenheid, opioid consumptie) van zenuwblokkade en enkel- en midvoetblokkade versus spinale anesthesie en algehele anesthesie bij chirurgische ingreep van hallux valgus? Relevante uitkomstmaten De werkgroep achtte pijnscores, bijwerkingen en patiënt tevredenheid) voor de besluitvorming kritieke uitkomstmaten; en opioid consumptie en ontslagtijd voor de besluitvorming belangrijke uitkomstmaten. De werkgroep definieerde niet a priori de genoemde uitkomstmaten, maar hanteerde de in de studies gebruikte definities. De werkgroep definieerde een verschil van VAS (NRS) > 2 als een klinisch relevant verschil. Zoeken en selecteren (Methode) In de databases Medline (OVID), Embase and Cochrane is met relevante zoektermen voor de periode van 2000 tot mei 2014 gezocht naar vergelijkend onderzoek naar anesthesie bij hallux valgus chirurgie in het Nederlands en Engels. De zoekverantwoording is weergegeven onder desbetreffende kop. De literatuurzoekactie leverde 151 treffers op. Studies werden geselecteerd op grond van de volgende selectiecriteria: gerandomiseerd vergelijkend onderzoek, vergelijking van twee methoden, voldoende data presentatie met minimaal een van de volgende uitkomstmaten: pijn (scores), bijwerkingen, vallen, ontslagtijd, kosten, patiënt tevredenheid en opioid consumptie. Op basis van titel en abstract werden in eerste instantie 21 studies voorgeselecteerd. Na raadpleging van de volledige tekst, werden vervolgens 12 studies geëxcludeerd (zie exclusietabel), en 9 studies definitief geselecteerdenopgenomen in de literatuuranalyse. De evidencetabellen hiervan en beoordeling van individuele studiekwaliteit kunt u in de desbetreffende sectie vinden.

  1. A dam F, Pelle-Lancien E, Bauer T, et al. Anesthesia and postoperative analgesia after percutaneous hallux valgus repair in ambulatory patients. Annales Francaises d Anesthesie et de Reanimation 2012 Nov;31(11):e265-e268.
  2. B urg A, Tytiun Y, Velkes S, Heller S, Haviv B, Dudkiewicz I. Ankle tourniquet pain control in forefoot surgery: A randomized study. Foot Ankle Int 2011;32(6):595-8.
  3. C apdevila X, Dadure C, Bringuier S, et al. Effect of patient-controlled perineural analgesia on rehabilitation and pain after ambulatory orthopedic surgery: a multicenter randomized trial. Anesthesiology 2006;105(3):566-73.
  4. C lough TM, Sandher D, Bale RS, et al. The use of a local anesthetic foot block in patients undergoing outpatient bony forefoot surgery: A prospective randomized controlled trial. J Foot Ankle Surg 2003;42(1):24-9.
  5. K ullenberg B, Topalis C, Resch S. Ankle nerve block-perioperative pain relief in surgery of the forefoot. Foot 2006;16(3):135-7.
  6. L ee KT, Park YU, Hyuk J, et al. Femoral and sciatic nerve block for hindfoot and ankle surgery. J Orthop Sci.2014;19(4):546-51.
  7. M igues A, Slullitel G, Vescovo A, et al. Peripheral foot blockade versus popliteal fossa nerve block: a prospective randomized trial in 51 patients. Journal of Foot & Ankle Surgery 2005;44(5):354-7.
  8. T uran I, Assareh H, Rolf C, et al. Multi-modal-analgesia for pain management after hallux valgus surgery: a prospective randomised s?tudy on the effect of ankle block. Journal of Orthopaedic Surgery 2007;2:26.
  9. W hite PF, Issioui T, Skrivanek GD, et al. The Use of a Continuous Popliteal Sciatic Nerve Block After Surgery Involving the Foot and Ankle: Does It Improve the Quality of Recovery? Anesth Analg 2003;97(5):1303-9.
  10. Z aric D, Boysen K, Christiansen J, et al. Continuous popliteal sciatic nerve block for outpatient foot surgery-a randomized, controlled trial. Acta Anaesthesiol Scand 2004;48(3):337-41.
You might be interested:  Pijn In Knie Door Beknelde Zenuw
Study reference Study characteristics Patient characteristics 2 Intervention (I) Comparison / control (C) 3 Follow-up Outcome measures and effect size 4 Comments
Midfoot block (+sedation) versus posterior popliteal sciatic nerve block
Adam, 2012 Type of study: RCT Setting: Hospital Country: France Source of funding: not stated Inclusion criteria : ASA 1 or 2, ambulatory patients scheduled for elective percutaneous hallux valgus repair Exclusion criteria : Age 75, obesity (>130% ideal body weight), anticipated general anaesthesia, history of chronic pain, routine use of analgesics or analgesic consumption within 24h of surgery, drug or alcohol abuse, psychiatric disorders or contraindications to ketoprofene, tramadol or paracetamol/codeine. N total at baseline : Intervention: 20 Control: 20 Important prognostic factors 2 : For example age ± SD: I: 53±13 C:56±9 Sex (m/f): I: 2/18 C:1/19 Groups comparable at baseline? yes Mid-foot block with 30ml of 7.5% ropivacaïne (I) Infiltration was performed with 22-gaugse, short-bevel needle, and ropivacaïne was injected after initial aspiration test was negative. Performed by surgeon and consisted in four punctures. Patients were given propofol sedation (1-2mg/kg) for procedure In case of inadequate block, a rescue light sedation by infusion of 1-1.5mg/lg/hr of propofol was used. Postoperative analgesia: paracetamol/codeine (100mg and 60mg, 3x daily) and ketoprofene LP (150mg twice daily) systematically, and tramadol LP (100mg 2x) if necessary. Posterior popliteal sciatic nerve block with 30ml of 7.5% ropivacaïne (C). Short-bevel, insulated needle, and the block was facilitated by a nerve stimulator. Patients were positioned prone and double injections were made in posterior popliteal region. Block was realized by an experienced practitioner. No propofol sedation. In case of inadequate block, a rescue light sedation by infusion of 1-1.5mg/lg/hr of propofol was used. Postoperative analgesia: paracetamol/codeine (100mg and 60mg, 3x daily) and ketoprofene LP (150mg twice daily) systematically, and tramadol LP (100mg 2x) if necessary. Length of follow-up : 1 week Loss-to-follow-up : none Incomplete outcome data : none I vs. C Pain (100mm VAS, only figure provided, data is estimated based on figure) At discharge 0 vs.3 NS Within 48h: “no statistically significant differences” No numbers stated Tramadol (% used) 30 vs.42 NS Cumulative dose tramadol (median mg) 100 vs.100 NS Sleep quality first postoperative night (diary) (% did not sleep) 5 vs.35 p=0.01 Side effects (diary) Nausea, vomiting, constipation “comparable” Satisfaction (asked by doctor 1 week after surgery) 97±5 vs.92±10 NS Time to ambulation (hours to ability to walk without assistance of another person or crutches) 3.8±1.4 vs.19.2±9.5 p<0.001 Not blinded Power calculation performed In summary: after percutaneous hallux valgus repair, mid-foot block and sciatic nerve block provided comparable postoperative analgesia. However, mid-foot block seems preferable since the time to safe ambulation is much reduced. “Continuous popliteal sciatic nerve blocks have been successfully used in outpatients. However, the advisability of discharging patients with such long-acting sciatic blocks remains controversial. Particularly in the elderly people who may have difficulty to get about on crutches. Because of the loss of proprioception and the protective pain reflex, outpatients are at risk of falls, trauma, inability to ambulate and accidental injury of the limb at the surgical side. None of our patients suffered trauma at home, but our study was in no way powered for this sort of presumably rare complication. Gebruik bloedleegte wordt niet vermeld. Twee technieken (infiltratie I vs. popliteal C) worden vergeleken; de arts die de techniek uitvoert is verschillend: chirurg (I) vs. anesthesist C)
Migues, 2005 Type of study: RCT Setting: Hospital Country: Argentina Source of funding: not stated Inclusion criteria : Elective unilateral forefoot (hallux valgus, hallux rigidus, hammer toe, mortons neuroma, hallux varus, phalanx fracture) procedures on outpatient basis Exclusion criteria : Midfoot and hind foot procedures, iliac crest bone grafts at same time, history of peripheral neuropathy, alcoholism, rheumatoid arthritis, substance abuse. N total at baseline : 51 Intervention: 26 Control: 25 Important prognostic factors : age ± SD: I: 61±11 C: 56±17 Sex (%f): I: 88.5% C: 92% Groups comparable at baseline? yes Foot block Patient in supine position. IV midazolam (1-2mg). Using nerve stimulator. Posterior tibial nerve was blocked using 4ml of 0.5% bupivacaine and 2ml of 2% lidocaine. Common peroneal nerves (superficial and deep) were blocked with 2ml of 0.5% bupivacaine and 1ml of 2% lidocaine in each nerve. Saphenous nerve was blocked at the groin if tourniquet was used (Ankle tourniquet haemostatic was used whenever necessary). Popliteal sciatic nerve block Patient in prone position. IV midazolam (1-2mg). Using nerve stimulator.7.5ml of 0.5% bupivacaine and 7.5ml of 2% lidocaine were infiltrated (25g needle) around the tibial nerve, and 5ml of 0.5% bupivacaine and 5ml of 2% lidocaine around the common peroneal nerve. Saphenous nerve was blocked at the groin if tourniquet was used (Ankle tourniquet hemostatis was used whenever necessary). Length of follow-up : Mean 5.7 months Loss-to-follow-up : None Incomplete outcome data : Not stated I vs. C Effectiveness (if it was sole anaesthetic technique required for forefoot surgery) 92.3 vs.96 p=0.972 Pain (VAS) 6,12,18 and 24h postoperatively): No numbers provided, only figure. No significant differences. Time to onset of pain (hours between end of surgical procedure and onset of pain) 10.96±7.56 vs.14.32±7.73 p=0.123 Postoperative neurological complications (assessed 4-8 months postoperatively) 0 vs.0 Patient satisfaction 96.1 vs.96 p=1.00 Author conclusion: both anaesthesia blocks are safe and effective and well suited for forefoot ambulatory surgery settings. Furthermore, they provide good postoperative analgesia, reducing the need for opioids and minimizing the risk of side effects.
General anaesthesia + ankle block versus general anaesthesia alone ( placebo or no block)
Turan, 2007 Type of study: RCT Setting: Hospital Country: Sweden Source of funding: none. Inclusion criteria : ASA 1-2, elective hallux valgus surgery. Exclusion criteria : – N total at baseline : Intervention1: 30 Intervention2: 30 Control: 30 Important prognostic factors 2 : age ± SD: I1: 50±12 I2: 45±15 C: 46±13 Sex (m/f): I1 1/29: I2:6/24 C:4/26 Surgery (HV / HVA+hammertoe) I1: 28/2 I2: 26/4 C: 27/3 Groups comparable at baseline? yes I1: General anaesthesia + ankle block (posterior tibial nerve, peroneal nerve, superficial and deep, sural nerve) with 15cc levobupivacaïne 2.5mg/ml I2: : General anaesthesia + ankle block (posterior tibial nerve, peroneal nerve, superficial and deep, sural nerve) witch 15cc lidocaine 10mgl/ml All patients received: IV 8mg betamethasone, 0.3mg alfentanil, 30-50mg propofol. After sedation patients received ankle block. General anaesthesia by sevoflurane in oxygen/air by mask. Postoperative: initial oral dose of etoricoxib 120mg, loading dose 30 mg/kg paracetamol C: General anaesthesia + ankle block (posterior tibial nerve, peroneal nerve, superficial and deep, sural nerve) with placebo 15cc saline. All patients received: IV 8mg betamethasone, 0.3mg alfentanil, 30-50mg propofol. After sedation patients received ankle block. General anaesthesia by sevoflurane in oxygen/air by mask. Postoperative: initial oral dose of etoricoxib 120mg, loading dose 30 mg/kg paracetamol Length of follow-up : 24h Loss-to-follow-up : None stated Incomplete outcome data : None stated No rescue analgesia needed (vs. C) I1: 21 p=0.052 I2: 9 C: 13 Pain : “no difference in pain ratings was seen between the groups”. Only figure provided no numbers. No complications or adverse events were noticed during the follow-up period. Take home analgesics: – 120mg once daily etoricoxib – 1gr oral paracetamol when needed (max 4mg) – Additional dextropropoxyphene 100mg oral if paracetamol had reviled pain within 30min. Conclusion: when added to a multimodal pain management single shot ankle block was not enough to show any significant difference in the need for further analgesic and did not change the pain ratings during the first 24h after elective hallux valgus surgery as compared to placebo. *data representation is below average (only 1 outcome measure is reported on in numbers, all others are mentioned in text or presented in figure)
Clough, 2003 Type of study: RCT Setting: Hospital Country: UK Source of funding: not stated Inclusion criteria : unilateral out-patient bony forefoot surgery, ASA 1 or 2 Exclusion criteria : undergoing merely soft-tissue procedure N total at baseline : 42 Intervention: 21 Control: 21 Important prognostic factors 2 : age (range): I: 51 (21-77) C: 57 (25-78) Patients needing Intraoperative NSAID I: 9 C: 14 p=0.052 Patients needing morphine supplements I: 3 C: 9 p=0.035 Surgical procedure (n, I vs. C) Distal first MT osteotomy: 9 vs.11 Keller’s procedure: 2 vs.5 First MTP fusion: 2 vs.2 First MTP implant: 0 vs.2 Bunionectomie: 3 vs.1 Chielectomy: 2 vs.0 Groups comparable at baseline? no General anaesthesia + foot block No premedication. Standard general anaesthetic: 2, 3,-diisopropulphenol induction, fentanyl, and spontaneous respiration of isoflurane in a nitrous oxide/oxygen mixture via a laryngeal mask airway. Further intraoperative morphine and/or nonsteroidal anti-inflammatory (NSAID) was given according to he routine practice and discretion of the anaesthetist. Foot block: 20ml 0.5% plain bupivacaine using 25-g needles to 3 nerves (superficial personal, deep peroneal, posterior tibial). Postoperative: oral analgesia (combined codeine phosphate 30mg and acetaminophen 500mg p. tablet) to take as required (max 8/day). General anaesthesia No premedication. Standard general anaesthetic: 2, 3,-diisopropulphenol induction, fentanyl, and spontaneous respiration of isoflurane in a nitrous oxide/oxygen mixture via a laryngeal mask airway. Further intraoperative morphine and/or nonsteroidal anti-inflammatory (NSAID) was given according to the routine practice and discretion of the anaesthetist. Length of follow-up : 2 days Loss-to-follow-up : Patients who were not able to be contacted by telephone postoperatively were excluded. It is not stated how many patients from which group. Incomplete outcome data : Intervention: 2 (9.5%) Reasons: exclusion because 1 needed overnight admission owing to poor pain control, 1 because of poor control of epilepsy needing overnight admission. Control: 1 (4.3%) Reasons: exclusion because 1 needed overnight admission owing to poor pain control I vs C Time to first postoperative pain (assessed by follow-up telephone call 24h postoperatively), mean hours±sd: 12.0 ±5.5 vs.7.0±5.2 p=0.002 Pain (verbal incremental pain score (1=no pain, 10=severe pain) First night, median (range): 4 (1-10) vs.5 (1-8) p=0.32 First day, median (range): 5 (2-10) vs.5 (1-10) p=0.46 Second day, median (range): 4 (1-9) vs.4 (1-7) p=0.24 Analgesic consumption, Mean number of tablets ±sd 8.4±3.0 vs.9.9±2.9 p=0.12 Sleep disturbance (0=none, 1=

Is hallux valgus te genezen?

Niet-operatieve behandelingen van hallux valgus Hallux valgus is in veel gevallen goed te behandelen zonder operatie. De basis van elke behandeling is een goed schoenadvies. Hier leest u meer informatie over conservatieve behandeling van Hallux valgus.

de behandeling zonder operatie niet voldoende resultaat geeft, u ook klachten heeft in het middenvoet/teengewricht naast uw grote teen, u ook andere lichamelijke klachten heeft ontwikkeld doordat u anders bent gaan bewegen, er een vermoeden is van artrose in de grote teen met hallux valgus.

Er zijn verschillende operatieve technieken voor hallux valgus. Bij de meeste technieken zaagt de orthopedisch chirurg het eerste middenvoetsbeentje door om het daarna te verschuiven en weer vast te maken met een schroefje. Of de orthopedisch chirurg zet het teengewricht in een rechtere stand vast. De anesthesist bespreekt met u welke verdoving bij u mogelijk is. Mogelijkheden zijn: een zenuwblokkade, een ruggenprik of een algehele narcose. Combinaties van deze technieken zijn ook mogelijk. In het algemeen betreft het een korte opname of een dagopname.

Na de operatie zal de voorvoet in een verband zitten gedurende enkele dagen. In de meeste gevallen kunt u belasten met een voorvoet ontlastende schoen die u van het ziekenhuis meekrijgt.

De voorbereiding

Thuis kunt u voorbereidingen treffen (zoals: een stoel in de douche. Kunt u traplopen voorkomen? Is er iemand die u helpt bij uw dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen en schoonmaken?) Als u rookt, is het aan te raden in ieder geval tijdelijk te stoppen. Het liefst minimaal 4 weken vóór de operatie tot 4 weken ná de operatie. Roken heeft namelijk een nadelig effect op het herstel na de operatie. Wilt u (tijdelijk) stoppen en wenst u begeleiding: overleg dit met uw huisarts. Onze voeten dragen ons hele lichaam. Als u overgewicht heeft, wilt u misschien afvallen. Wenst u hierbij begeleiding, overleg dat dan met uw orthopedisch chirurg.

Nabehandeling en herstel In de periode dat uw voet geneest, is uw voet dikwijls gevoelig. Sommige mensen vinden dat het meevalt, maar veel mensen ervaren meer pijn dan ze hadden verwacht. De voet is meestal dik en pijnlijk; dit kan nog wel tot twee tot drie maanden na de operatie aanhouden.

Tijdens het herstel kunt u gebruikmaken van pijnstillers. Uw orthopedisch chirurg geeft u hierover advies. Het is belangrijk dat u naar uw lichaam luistert: herstel vraagt nu eenmaal tijd. Na 2 weken volgt er een afspraak voor wondcontrole en eventuele hechting verwijdering en na 6 tot 8 weken na de operatie volgt een röntgenfoto waarbij u op uw voet staat.

Mogelijke risico’s en complicaties Een operatie brengt altijd risico’s met zich mee en er is altijd kans op complicaties. Bij operatieve behandeling van hallux valgus bestaat onder andere de kans op:

(pijnlijke) stijfheid in het gewricht van de grote teen, wondinfectie, als bij de ingreep schroefjes worden geplaatst, kunnen die irritatie geven, het terugkeren van de grote teen in de oude stand, langdurige zwelling en/of pijn, trombose, zenuwbeschadiging, nabloeding, pijnlijk litteken, stoornis in de doorbloeding van het middenvoetsbeentje waardoor een stukje bot kan afsterven (botnecrose), hallux varus: dit is het tegenovergestelde van hallux valgus. Bij hallux varus wijst de grote teen te ver van de tweede teen vandaan.

Bij deze klachten neemt u contact op met de polikliniek orthopedie

uw teen of uw voet meer gezwollen is en/of rood is en/of als u koorts heeft. Dat kan betekenen dat de wond ontstoken is, u last heeft van een nabloeding, ​een groot deel van uw been zwelt en/of zwaar aanvoelt en/of rood of blauw verkleurt. Dat kan betekenen dat u last heeft van een trombosebeen. Voor meer informatierkijk op: http://www.zorgvoorbeweging.nl/vergroeiing-van-de-grote-teen-hallux-valgus www.thuisarts.nl

Wat voor pijn bij hallux valgus?

Ik heb een hallux valgus In het kort

Een hallux valgus is een grote teen die scheef staat. De teen groeit anders. Er ontstaat een knobbel bij de grote teen. Die kan pijn doen. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk, zoals goede schoenen, steunzolen of teen-spreiders. Het belangrijkste is dat u schoenen draagt die goed passen. Geen hoge hakken.

Wat is het Bij een hallux valgus groeit de teen anders. Hallux betekent grote teen. Valgus betekent dat de teen scheef staat in de richting van de andere tenen. Daardoor ontstaat er een knobbel aan de grote teen. Hallux valgus komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Hoe Lang Pijn Na Hallux Valgus Operatie Wat merk ik

Een hallux valgus kan pijn doen als u schoenen aan heeft, vooral aan de knobbel van de grote teen. Soms wordt de hele voorvoet pijnlijk. Het kan zijn dat uw grote teen de tweede teen ernaast opzij duwt. De grote teen kan over de tweede teen heen gaan liggen. Dan is het vaak lastig om goede schoenen te vinden. Misschien loopt u ook moeilijker door een hallux valgus. Hallux valgus kan ervoor zorgen dat de tweede teen krom gaat staan of uit de kom gaat.

U kunt ook een hallux valgus hebben zonder dat die klachten geeft. Oorzaken Wat precies de oorzaak is van hallux valgus is onbekend. De kans op hallux valgus is groter:

bij vrouwen bij ouderen als hallux valgus in de familie zit Dan heeft u er vaak al op jonge leeftijd last van. als u een voetafwijking heeft Die kan aangeboren zijn, door reuma ontstaan of op oudere leeftijd door zwakte van de voetspieren. als u een te korte achillespees heeft of platvoeten Uw voet beweegt dan anders als u loopt, met meer druk op uw grote teen.

Het is niet duidelijk of u van bepaalde schoenen een hallux valgus krijgt. Adviezen Het belangrijkste is dat u goede schoenen draagt:

Draag schoenen die passen bij de vorm, lengte en breedte van uw voeten. Draag geen hoge hakken. Zorg dat de voorkant van uw schoenen breed genoeg is.

Bekijk de Thuisarts-video hieronder over goede schoenen. Behandeling Er zijn bij hallux valgus, zoals steunzolen, teen-spreiders of speciale schoenen. Het doel van behandeling is dat u uw voet goed en zonder pijn kunt gebruiken. En dat u zonder problemen schoenen kunt dragen.

als de pijn door de hallux valgus snel erger wordt als u ook pijn krijgt in de tweede teen of in andere tenen als u stijfheid in de grote teen heeft, een pijnlijke hallux valgus, of allebei als u advies wilt over welke behandeling bij u past

Wordt u al een tijd behandeld, maar helpt de behandeling niet genoeg? Bel dan weer met uw huisarts. : Ik heb een hallux valgus